Krin Rinsema was 20 jaar toen ze Groningen psychologie studeerde. In 1975 werd Krin moeder, maar ze volgde in die periode ook etslessen aan de Vrije Akademie in Den Haag. Later vervolgde ze haar opleiding aan de kunstacademie in Arnhem.
Het was in 1994 dat Krin met haar kinderen naar Zutphen verhuisde om zich geheel aan de kunst te wijden. Op papier, op doek en in etsen ‘tekende’ zij zichzelf en de kwetsbaren in de samenleving.
In een interview zei ze eens: “Toch heb ik niet voor niets psychologie gestudeerd. Ik hoop dat het in mijn werk is terug te vinden. Lichaamstaal is voor mij een fascinatie. Een man met een zorgelijk loopje kan mij boeien, en met kwetsbaren voel ik mij verwant. Zelfverzekerde mensen kunnen me gestolen worden.”
Krin etst in aluminium offsetplaten die ze krijgt van de plaatselijke drukker. Na zes of zeven drukken is de plaat versleten. De drukken hebben iets unieks door die kleine oplage en door haar zeer directe manier van werken op de plaat: de ‘droge naald’ in combinatie met een aantal andere rechtstreekse technieken. Het geeft haar werk de juiste emotionaliteit.
(Thom Mercuur, Museum Belvédère)
